Medewerkers

Dr. Arnold Witte

Dr. Arnold Witte

Hoofd Kunstgeschiedenis

a.witte@knir.it

+39 06.326962.28

Discipline en specialisatie:
Cultuurwetenschappen
Kunstgeschiedenis, Italiaanse barok, religieuze iconografie en patronagestudies

Universiteit:
Universiteit van Amsterdam

academia.edu

Periode in Rome:
2015-2018

Bereikbaar op:
Maandag-vrijdag 9.30h-18.00h

Profiel

Arnold Witte (1968) studeerde in Nijmegen Kunstgeschiedenis van de Nieuwere Tijd, liep tijdens zijn studie stage aan de Kunsthalle te Hamburg en het Rijksmuseum Amsterdam, bracht in 2000 een semester door als visiting scholar (Fulbright-fellow) aan de Johns Hopkins University in Baltimore, en promoveerde in 2004 aan de Universiteit van Amsterdam.

Vanaf 2004 werkte hij aan de Universiteit van Amsterdam als docent aan de opleidingen Mediastudies, Kunstgeschiedenis en Algemene Cultuurwetenschappen; tevens was hij verbonden aan de Universiteit Utrecht als coördinator van de MA opleiding Renaissance Studies. Tussen 2004 en 2006 voerde hij bovendien een onderzoeksproject vormgevingsgeschiedenis uit voor Grafisch Museum De Beyerd in Breda, hetgeen resulteerde in een publicatie over de PTT als opdrachtgever van grafisch kunstenaars en industrieel vormgevers.

Vanaf 2005 is hij vast verbonden aan de opleiding Algemene Cultuurwetenschappen van de Universiteit van Amsterdam, eerst als UD en vanaf 2012 in de functie van Universitair Hoofddocent. Van september 2010 tot augustus 2014 was hij Hoofd Onderwijs van het departement Kunst-, Religie- en Cultuurwetenschappen, een onderdeel van de Faculteit der Geesteswetenschappen van de UvA.

Onderzoek

Arnold Witte doet onderzoek naar patronage in zowel de vroegmoderne tijd als het heden. Opdrachtgevers en hun motieven om kunst te bestellen bij kunstenaars, en dit te tonen aan het grote publiek of selecte bezoekers, vormen het hoofdthema van zijn publicaties.

Als uitvloeisel van zijn proefschrift over de patronage van kardinaal Odoardo Farnese (1573-1626) houdt Arnold Witte zich bezig met iconografie en functie van beeldende kunst en cultuur in zestiende- en zeventiende-eeuws Rome. Op dit moment staat de decoratie van de kerk San Martino ai Monti door Gaspar Dughet centraal in het onderzoek dat Arnold Witte verricht naar Italiaanse kunst. Het thema landschap en de religieuze context daarvan speelt hierin een belangrijke rol, gekoppeld aan theatercultuur en Contrareformatie. Een gerelateerd project betreft een voor 2017 geplande publicatie over de kardinaal in de vroegmoderne tijd, waaraan hij werkt met Mary Holingsworth, Carol Richardson (University of Edinburgh) en Miles Pattenden (Oxford).
Daarnaast is het kunstaankoopbeleid van Nederlandse bedrijven een belangrijk aandachtspunt in het onderzoek van Arnold Witte. In 2008 en 2009 werkte hij samen met de Vereniging Bedrijfscollecties Nederland (VBCN) aan een publicatie en een symposium over de positie en het belang van bedrijfscollecties in de hedendaagse culturele sector in Nederland. In aansluiting daarop leidt hij samen met prof.dr. Nachoem Wijnberg (Amsterdam Business School) een door NWO en de VBCN gefinancierd onderzoeksproject, onder de titel Corporate collections as emerging heritage: Art market dynamics, corporate strategies, and public support for the arts. In dit project staan de effecten van deze collecties op de kunstsector zelf, de bedrijfsreputatie, de kunstconsumptie en het draagvlak voor cultuur en modern erfgoed in de samenleving centraal.

Een derde onderzoeksthema betreft de historiografie van de Italiaanse barok. Dit leidde tot een becommentarieerde vertaling naar het Engels van Alois Riegls Die Entstehung der Barockkunst in Rom uit 1908, uitgevoerd met Andrew Hopkins van de universiteit van l’Aquila (Italie) en Alina Payne (Harvard University/Villa I Tatti), en verschenen in de serie Texts & Documents van de Getty. Op dit moment werken Witte en Hopkins aan een becommentarieerde vertaling van het ‘Kommentar’ van Hans Rose bij Heinrich Wölfflins Renaissance und Barock van 1926.

Onderwijs

Arnold Witte verzorgt onderwijs aan het KNIR over zowel de vroegmoderne kunst (met name 16de en 17de eeuw) en (patronage van) moderne kunst na 1945.

Begeleiding

Arnold Witte heeft ruime ervaring met het begeleiden van scripties in het veld van de kunst- en cultuurgeschiedenis.

Hij treedt daarnaast op als copromotor van twee promovendi:
Matthijs Jonker, The Academization of Art. A Practice Theoretical Approach to the Theorization of Art in Early Modern Italy.
Jan de Groot, Corporate Collections as Emerging Heritage (werktitel)

Bemiddeling
Overige activiteiten

Arnold Witte zit in een aantal redactieraden van internationale tijdschriften:

-International advisory board van Explorations in Renaissance Culture (uitgegeven door Brill/South-Central Renaissance Conference and East Carolina University)

-Editorial advisory board van het online Journal of Art Historiography.

-Lid Comité de Redaction van Perspective – La revue de l’Institut national d’histoire de l’art.

Publicaties

Boeken

In samenwerking met Andrew Hopkins en Alina Payne: Alois Riegl’s The Origins of Baroque Art in Rome, Los Angeles (Getty Research Institute; Texts and Documents) 2010 (vertaling, redactie, introductie).

-Arnold Witte, Edo Dijksterhuis et.al., Bedrijfscollecties in Nederland/Corporate Art Collections in the Netherlands, Rotterdam (VBCN/NAi Publishers), 2009 (redactie en drie hoofdstukken).

– The Artful Hermitage: The Palazzetto Farnese as a Counter-reformation ‘diaeta’, Rome (L’Erma di Bretschneider) 2008.

-‘Design is geen vrijblijvende zaak’. Organisatie, imago en context van de PTT-vormgeving tussen 1906 en 2002. Breda/Rotterdam (De Beyerd/NAi) 2006

Artikelen

– i.s.m. Hanneke Ronnes. ‘The Dutch Renaissance in a straightjacket – recent research on Netherlandish Art and Architecture in the Netherlands’, Explorations in Renaissance Culture, 41/1 (2015): 94-115.

– ‘Passeri’s Vite. The Swan Song of the Counter-Reformation Theory of “Living Art”‘, in The secret lives of artworks: exploring the boundaries between art and life, C. van Eck, J. van Gastel & E. van Kessel (Eds.), Leiden: Leiden University Press, 2014: 200-220.

– ‘Architecture and Bureaucracy: The Quirinal as an Expression of Papal Absolutism’, Melbourne Art Journal, 13 (2014): 162-177.

– i.s.m. Faye Brands, ‘”Healing environment” en het lot van autonome kunst in ziekenhuizen’, in Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 157 (2013).

– ‘The power of repetition: Christian doctrine and the visual exegesis of nature in sixteenth- and seventeenth-century painting’, in Sacred landscape: landscape as exegesis in early modern Europe, D. Ribouillault & M. Weemans (Eds.), Firenze: Olschki, 2011: 93-112.

– ‘Introduzione alla trascrizione’, in Sul biondo Tevere: il restauro del codice 34 K 16 della Biblioteca dell’Accademia Nazionale dei Lincei e Corsiniana, M. Guardo (Ed.), Padova: Nova Charta, 2011: 29-33.

– ‘Federico Zuccari’s Dode Christus met engelen: een driedubbele nagedachtenis’, Incontri 1/2009: 45-53.

– ‘The San Martino ai Monti as a theatre of painting: churches, artists and plays in mid-seventeenth-century Rome’, in Officine del Nuovo. Sodalizi fra letterati, artisti ed editori nellacultura italiana tra Riforma e Controriforma, H. Hendrix & P. Procaccioli (Eds.), Manziana (Roma) 2008: 65-70.

– ‘Professionalisering als paradoxale trend – de toenemende invloed van bedrijfscollecties in Nederland’, Boekman 76 (2008): 83-87.

– ‘Paying for frescos in stone: financial aspects of the decoration of San Martino ai Monti in Rome’, The Burlington Magazine, vol. CL (2008): 182-186.

– ‘The iconography ex contrario of the Contento, or: Odoardo Farnese as a patron of Elsheimer’ in Adam Elsheimer in Rom: Werk – Kontext – Wirkung. S. Gronert & A. Thielemann (Eds.) (Römische Studien der Bibliotheca Hertziana Bd. 23). München: Hirmer, 2008: 157-177.

– ‘Hermits in High Society: Private Retreats in Late Seicento Rome’, Art, Site and Spectacle (Melbourne Art Journal 6) (2007): 105-119.

– ‘Architectuur in vertaling. Italiaanse en Nederlandse bouwtradities in de zeventiende eeuw’, Incontri 21/2 (2006): 151-160.

– ‘Liturgy, History and Art: Domenichino’s Cappella dei Santi Fondatori’, The Burlington Magazine, CXLV (2003): 777-786.

-‘La Cappella dei Santi Fondatori a Grottaferrata: il Cardinale Odoardo Farnese ed i monaci Basiliani intorno al 1608’, I Cardinali di Santa Romana Chiesa, vol.2, “Sal terrae, ac lucernae positae super candelabrum”, M. Gallo (Ed.), Rome 2001: 23-35.

-‘Il Camerino degli Eremiti: iconografia e funzione degli affreschi di Lanfranco’, in Giovanni Lanfranco: un pittore barocco tra Parma, Roma e Napoli, E. Schleier (ed.), Milaan: Electa, 2001: 53-60.

-‘A new date for Lanfranco’s decoration of the Camerino degli Eremiti’, The Burlington Magazine CXLII (2000): 423-428.

-I.s.m. Andrew Hopkins: ‘From deluxe architectural treatise to practical manual: the Dutch editions of Scamozzi’s L’idea della Architettura universale’, Quaerendo 26/4 (1996): 274-302.