Seminar: Kunst en (post)fascisme

Kunst en (post)fascisme

Datum: 26 oktober – 7 november 2016

Deadline voor aanmelding: 20 augustus 2016

KNIR cursus voor (Re)MA-studenten en PhD studenten

Cursus Inhoud
In tegenstelling tot Nederland en Duitsland betekende de Tweede Wereldoorlog in Italië veel minder een absolute breuk in de artistieke ontwikkelingen. Waar in Nederland uitsluitend de realistische kunst sterk werd gestimuleerd vanaf 1940 door de Kunstkamer, en als gevolg daarvan deze stroming werd verketterd na 1945 en er een duidelijke voorkeur voor abstractie opkwam, was de artistieke context in Italië zowel voor als na 1945 bepaald gevarieerder. Ten eerste leidde de nauwe band tussen Futurisme en het Fascistische regime tot een opener houding naar modernisme en experiment, dat expliciet zichtbaar is in het Profilo Continuo (1933) van Renato Bertelli. Er was in de Italiaanse beeldende kunst en architectuur minder sprake van een eenheidsstijl dan onder andere totalitaire regimes in Europa. Desalniettemin leidde de voorkeur van Mussolini wel tot een herkenbare Italiaanse fascistische stijl, met name in de architectuur. Belangrijkste vertegenwoordiger daarvan was Marcello Piacentini, die verantwoordelijk was voor de planning van het fascistische tentoonstellingsproject EUR.

Deze situatie leidde in de na-oorlogse periode tot een pluriforme (tegen)reactie. Direct na 1945 kwamen er allerlei verschillende kunstenaarsbewegingen op die nieuwe wegen insloegen op basis van verschillende ontwikkelingen uit de jaren 20 en 30. Voorbeelden daarvan zijn de stromingen van het Cuborealismo, dat teruggreep op Picasso; de Fronte Nuovo delle Arti waarin zowel beeldend kunstenaars als schrijvers bijeenkwamen en waarin men poogde realisme en abstractie te verzoenen, hetgeen in de Biennale van 1948 zichtbaar werd; de romeinse groep Forma 1 die formalisme en marxisme combineerde, het Spazialismo dat vooral onder leiding van Lucio Fontana ruimtelijke aspecten vooropstelde, en Mac Movimento Arte Concreta, waarin juist de materiele kant van de kunst de figuratieve kwaliteiten ervan diende te vervangen. Deze verschillende tendensen in de richting van abstracte kunst werden in Italië pas na het Fascisme in de ban gedaan en wel door de leider van de Italiaanse communistische partij, Palmiro Togliatti, in 1952.

Dit ontbreken van een expliciete breuk leidde er ook toe dat vele kunstenaars die hun carrière begonnen in de periode van het fascistische regime ook na 1945 zonder problemen hun werk, en ook hun stijl, konden voortzetten. Kenmerkend is bijvoorbeeld de schilder Renato Guttuso, die al in de jaren 30 in een socialistisch-realistische stijl werkte en direct na de oorlog een van de oprichters was van de beweging Fronte Nuovo delle Arti (1948), die zich expliciet benoemden als post-kubisten. Ook Guttuso volgde toen deze stroming. Na 1952 schaarde hij zich achter de Partito Comunista Italiana in een duidelijke verwerping van alle abstracte invloeden op de hedendaagse kunst en verwierp de uitgangspunten van de Fronte Nuovo.

Deze cursus neemt die variëteit aan artistieke ontwikkelingen voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog onder de loep, en onderzoekt de (dis)continuïteit van artistieke ontwikkelingen en carrières. In colleges zal de politieke context en de daarmee gerelateerde artistieke bewegingen aan de orde komen; in excursies en presentaties zullen de verschillende manieren waarop kunstenaars met deze schuivende realiteiten omgingen nader worden uitgewerkt.

Docenten
Dr. Arnold Witte (KNIR), Dr. Arthur Weststeijn (KNIR)en gastdocenten

Doelgroep
Masterstudenten, ReMa-studenten en PhD studenten kunstgeschiedenis, architectuurgeschiedenis en geschiedenis.

Onderwijsvorm en toetsing
–    Voorbereidende opdracht;
–    bijdrage aan discussies;
–    colleges en presentatie op locatie;
–    afsluitend essay.

Studielast
6 ECTS (168 uur). De student dient met de studiecoördinator van de eigen studierichting vast te stellen of de cursus deel kan uitmaken van het curriculum van de studie en hoeveel studiepunten zullen worden toegekend voor de betreffende studielast. Na succesvolle afronding wordt door het KNIR een certificaat uitgereikt waarop studielast en beoordeling staan vermeld.

Kosten
De kosten verbonden aan deze cursus worden voor het grootste deel door een KNIR-subsidie vergoed.
–    Deelnemende studenten krijgen gratis onderdak in het KNIR. Hierbij is tevens gelegenheid zelfstandig maaltijden te bereiden.
–    De meeste entrees worden door het KNIR vergoed, maar houd rekening met een bescheiden eigen bijdrage.
–    Het KNIR verleent deelnemers die de cursus succesvol hebben afgerond een tegemoetkoming in de reiskosten van €100,-

Aanmelding en selectie
Het betreft een selectieve cursus waarvoor maximaal 15 studenten in competitie worden toegelaten. De selectie vindt plaats op basis van behaalde studieresultaten, de plaats van de cursus binnen de door de student gevolgde opleiding, en een motivatiebrief.

Deadline aanmelding
20 augustus 2016. Binnen twee weken volgt informatie met betrekking tot de selectie.

Meer info
secretary@www.knir.it