Constantijn en Rome

Constantijn en Rome. De verbeelding van de macht

Datum: 22-30 juni 2015

Deadline voor aanmelding: 15 april 2015

INTERDISCIPLINAIRE BA-CURSUS

Inhoud
Met de slag bij de Milvische Brug in 312 n.C. versloeg Constantijn niet alleen zijn directe concurrent Maxentius, maar verwierf hij ook de macht in wat nog steeds de hoofdstad van het Romeinse Rijk was. In de jaren erna zou Constantijn alleenheerser van het gehele Romeinse Rijk worden, een nieuwe keizerlijke dynastie stichten en uiteindelijk in het oosten, aan de Bosporus, een nieuwe hoofdstad stichten: Constantinopel. Van allesoverheersend belang, zeker in retrospectief, was zijn overgang naar het Christendom, dat hij aan de vooravond van de slag bij de Milvische Brug zou hebben omarmd. In zijn publieke uitingen lijkt Constantijn zich voorzichtig opgesteld te hebben: hij presenteerde zichzelf niet altijd en overal als Christen. Tegelijk leidt het geen twijfel dat hij een belangrijke stimulans heeft gegeven aan de ontwikkeling van een Christelijke architectuur en beeldtaal. Al deze zaken kwamen tot uitdrukking in Constantijns omgang met de stad Rome, dat tot aan de stichting van Constantinopel het belangrijkste podium voor keizerlijke zelfrepresentatie was en waar de legitimiteit van hemzelf en zijn dynastie zowel ten opzichte van de grotendeels heidens gebleven senaat als het volk bepaald niet vanzelfsprekend was. Constantijn en zijn familie entameerden grote projecten in de aloude traditie van keizerlijk weldoen, maar anders dan voorheen waren deze vooral gericht op de opbouw van de kerk. Deels letterlijk, met de stichting en bouw van kerken, deels door bemoeienis met de inhoud van het geloof en de organisatie van de kerk. Het is duidelijk dat met Constantijn Rome een ander gezicht kreeg, en dat de stedelijke ruimte zowel in praktische als symbolische zin werd geherdefinieerd. Het was het begin van het Christelijke Rome.

In de cursus analyseren we het Rome van Constantijn. We bezoeken de belangrijkste plaatsen in Rome die met Constantijn en zijn directe voorgangers in verbinding staan. We bezoeken musea, archeologische sites, kerken en catacomben. Sommige van deze plaatsen worden speciaal voor de cursisten opengesteld. Daarnaast zal er een kleine conferentie over Constantijn worden georganiseerd met internationale sprekers. Voorafgaand aan de cursus zal in Nederland een introductiemiddag worden gehouden.
Coördinatie:
dr. Jeremia Pelgrom, hoofd Oudheid KNIR.
 
Docenten:
dr. L.E. Tacoma, oudhistoricus (Universiteit Leiden) en dr. W.A.W. van Welie-Vink, kunsthistorica (Universiteit van Amsterdam).
 
Voertaal:
Nederlands
 
Doelgroep en ingangseis
De cursus is gericht op goede tweede en derde jaars BA-studenten kunstgeschiedenis, klassieke talen, geschiedenis, archeologie, godsdienstwetenschappen en overige studenten die zich in hun studie bezig houden met de oudheid of vroege middeleeuwen van de Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit, Universiteit Leiden, Universiteit Utrecht, Radboud Universiteit, Rijksuniversiteit Groningen, alsmede Amsterdam University College, University College Groningen, University College Roosevelt en University College Utrecht. Een positief BSA binnen de gevolgde BA-opleiding is vereist voor deelname. Voor deelname is geen specifieke voorkennis vereist, met dien verstande dat passieve kennis van Engels, Frans en Duits aanwezig wordt verondersteld.
 
Onderwijsvorm en toetsing
De cursus behelst een intensieve periode van zeven dagen waarbij excursies en presentaties op locatie in de stad Rome worden afgewisseld met hoor- en werkcolleges op het KNIR. Twee weken eerder wordt een introductiemiddag gehouden, waar ook de opdrachten worden verdeeld. Voorafgaand aan de cursus schrijven studenten een verkennend essay. Tijdens de cursus geven studenten een presentatie ter plekke. Op basis van de feedback op essay en presentatie schrijft de student na afloop van de cursus in Rome een afsluitend werkstuk.
 
De becijfering vindt plaats op basis van:
–    een verkenned essay plus bibliografie (20%)
–    presentatie tijdens cursus (20%)
–    een afsluitend werkstuk (60%)

Bij de afronding van het cijfer (op halve punten) wordt participatie en inzet meegewogen.

 

Studiemateriaal

Voorafgaand aan de introductiedag moet zijn bestudeerd:

–    Olivier Hekster en Corjo Jansen (red.), Constantijn de Grote. Traditie en verandering (Nijmegen 2012). (192 pagina’s)
–    overige literatuur bestaat uit losse artikelen; deze worden deels elektronisch ter beschikking gesteld.

 
Studielast
Voor de cursus staat 6 ECTS (168 uur). De student dient met de studiecoördinator of examencommissie van de eigen studierichting vast te stellen of de cursus deel kan uitmaken van het curriculum van de studie en hoeveel studiepunten zullen worden toegekend voor de betreffende studielast. Indien het voor inpassing in het programma gewenst is kan de studielast worden teruggebracht naar 5 ECTS (140 uur). Na succesvolle afronding wordt door het KNIR een certificaat uitgereikt waarop studielast en beoordeling staan vermeld.

De studielast is als volgt opgebouwd:
–    Voorafgaand aan de introductiedag zelfstandige bestudering c.200 pagina’s literatuur (20 pagina’s/uur): 10 uur
–    Deelname introductiedag: 5 uur
–    Bestuderen c. 100 pagina’s literatuur (7 pagina’s / uur), schrijven introducerend essay van 1500 woorden en samenstellen verdere bibliografie: 20 uur
–    Cursus te Rome (7 dagen * 8 uur), incl. mondelinge presentatie: 60 uur
–    Of, voor 6 ECTS, afsluitend werkstuk van 5.000 woorden op basis van 500 pagina’s secundaire literatuur (7 pagina’s p/u): 83 uur
–    Of, voor 5 ECTS, afsluitend werkstuk van 3.000 woorden op basis van 300 pagina’s secundaire literatuur (7 pagina’s p/u): 55 uur
 

Kosten

De kosten verbonden aan deze cursus worden voor het grootste deel door een KNIR-subsidie vergoed:

–  Deelnemende studenten krijgen gratis onderdak in het KNIR. Hierbij is tevens gelegenheid zelfstandig maaltijden te bereiden.
–  De meeste entrees worden door het KNIR vergoed, maar houd rekening met een bescheiden eigen bijdrage.
–  Het KNIR verleent deelnemers die de cursus succesvol hebben afgerond een tegemoetkoming in de reiskosten van €100,-.
Studenten dienen zelfstandig de kosten te dragen van:
–  Reiskosten tussen Nederland en Rome (maar zie boven)
–  Overige verblijfskosten in Rome (zie boven)
–  Het boek van Hekster en Jansen, dat voorafgaand aan de introductiedag dient te zijn aangeschaft.

 
Toelating en aanmelding
Het betreft een selectieve cursus waarvoor maximaal 16 studenten in competitie worden toegelaten. De selectie vindt plaats op basis van de behaalde studieresultaten, de plaats van de cursus binnen de door de student gevolgde opleiding, en de door de student gegeven schriftelijke motivatie. Gegadigden dienen zich aan te melden via onderstaande link. Daarbij dienen zij toe te voegen: een recent overzicht van hun behaalde studieresultaten, een bewijs van een positief BSA, en een motivatiebrief waarin tevens de positie van de cursus binnen de door hen gevolgde opleiding wordt toegelicht. In de motivatiebrief moet verder de naam, functie en e-mailadres van een referent worden opgenomen; het gaat om een docent van de eigen opleiding die desgewenst bereid is nadere informatie over de student te verstrekken.
 
Deadline aanmelding
15 april 2015